In 1813 heeft Hillebrandus Andreas Lieuwens (Amsterdam 1786- Heerenveen 1840) een paspoort nodig.

Home  >>  Hillebrand Andreas Lieuwens (1784-1840)  >>  In 1813 heeft Hillebrandus Andreas Lieuwens (Amsterdam 1786- Heerenveen 1840) een paspoort nodig.

In 1813 heeft Hillebrandus Andreas Lieuwens (Amsterdam 1786- Heerenveen 1840) een paspoort nodig.

 

 paspoort ha lieuwens

Op 21 augustus 1813 heeft Hillebrand Andreas “Le sieur Hillebrand Lieuwes” zich een paspoort aangeschaft om naar Amsterdam te kunnen reizen. Hij is dominee, is geboren in Amsterdam en hij woont in Oudeholtpa.

Een vertaling van zijn paspoort is

Département de la Frise Zie onderstaande toelichting
Sous-préfecture de Heerenveen Onderprefectuur Heerenveen
Commune de Wolvega Gemeente Wolvega
Loi du 28 vendémiaire an VI ( Vendemiaire was de eerste maand van de herfst dwz volgens de conversie tabel is dit een wet van 29 oktober 1797 )
Valable pour un an Geldig voor een jaar
Passe-port Paspoort
Registre no. 25 Geregistreerd als no. 25
Signalement Idem
Age de 27 ans Leeftijd: 27 jaar
Taille d’un mètre 70 centimètres Lengte: 1 meter 70
Cheveux brunsclair Haarkleur: lichtbruin ( wij zeggen nu: donkerblond)
Front découverte Voorhoofd: onbedekt ( ik denk dat bedoeld wordt: geen haren op / over zijn voorhoofd)
Sourcils brunsclair Wenkbrauwen: lichtbruin
Yeux bleus Ogen: blauw
Nez aquilain Neus “adelaarsvorm” dwz lang en recht ( zoals op de bustes van Julius Caesar)
Bouche petite Mond: klein
Barbe brune Baard:bruin
Menton long-ovale Kin: lang- ovale
Visage long Gezichtsvorm lang
Teint pâle Huidskleur : bleek
Signes particuliers des cisatrices au front Speciale kenmerken: enkele littekens op het voorhoofd
Signature du Porteur Handtekening van de houder
Avis essentiel Belangrijke waarschuwing
Dans les Villes où il existe un Commissaire général de police, le Porteur est tenu de se présenter devant lui, pour faire viser son Passe-port In de steden waar een hoofdcommissaris van politie aanwezig is, is de houder verplicht zich aan hem voor te stellen, of : naar hem toe te gaan – om zijn paspoort te laten zien.

De pav ( De par ? in naam van ??) l’Empereur er Roi

In naam van de keizer en koning

Nous Maire de la Commune de Wolvega

Wij, burgemeester van de gemeente Wolvega

Invitons les Autorités Civiles et Militaires à laisser passer e libremen circuler de Wolvega départemem de la Frise a Amsterdam départemen de Zuiderzee & ailleurs dans l’Empire

Wij verzoeken ( “nodigen uit”) de burgerlijke en militaire autoriteiten te laten passeren ( gaan) en vrij laten bewegen van het departement Wolvega van la Frise ( Friesland) tot Amsterdam, departement van de Zuiderzee, en elders in het keizerrijk

Le Sieur Hillebrand Lieuwes

De heer Hillebrand Lieuwes

Profession de Ministre de la réligion réformée

Beroep: dominee van de gereformeerde kerk

Natif d’Amsterdam – départemen de Zuiderzee

Geboren te Amsterdam, departement Zuiderzee

Demeuram a Oudeholtpa village de cette Commune

Woonachtig in Oudeholtpa ( dorp van ) behorend tot deze Gemeente

E à lui donner aide et protection en cas de besoin

En aan hem geven we ?? hulp en bescherming indien nodig.

Délivré sur démande

Afgegeven op verzoek

Fait à Wolvega – le 21e Aout 1813, Le Maire F.P. Klijnsma

Opgemaakt in Wolvega, de 21e augustus 1813, de Burgemeester, F.P. Klijnsma

Prix du Passe-port, Deux Francs

Prijs ( kosten ) van het paspoort: 2 francs

La Frise ( Friesland) was een département van 1801 tot 1815.

Van 1806 tot 1810 maakte het departement de Frise deel uit van het Koninkrijk Holland. Het werd vervolgens een Frans departement in het Eerste Franse Keizerrijk van 1811 tot 1814, volgend op de annexatie van het Koninkrijk Holland op 9 juli 1810.

Het Franse departement werd officieel opgericht op 1 januari 1811.

Reizen in Nederland in 1813.

De politieke situatie in Nederland in Augustus 1813.

Napoleon was eind 1812 in Rusland verslagen. Van het leger van bijna 700.000 man overleefden slechts 20.000 deze veldtocht. In Nederland rommelde het, het was nog niet tot uitbarsting gekomen, dat zou pas twee maanden later in Oktober en November gebeuren. Waarom Hillebrand Andreus naar Amsterdam reisde heb ik niet kunnen vinden, maar ik kan wel iets zeggen over het leven en het reizen in die tijd.

Als bron over reizen in Nederland in die tijd heb ik gebruikt het boek “De zomer van 1823 Lopen met van Lennep. Dagboek van zijn voetreis door Nederland”. Twee Leidse studenten Dirk van Hogendorp en Jacob van Lennep maken na hun afstuderen in Leiden een soort inspectietocht door Nederland. Jacob van Lennep houdt een dagboek bij en dat is in 2000 herschreven en bewerkt door Geert Mak en Marita Mathijssen. Delen van onderstaande tekst heb ik uit dit boek gehaald.

De economie is ingestort, het is stil geworden in Nederland, veel oude handelssteden verkeren in diep verval. Ongeveer een derde van het huidige Nederland is nog bedekt met pure wildernis, hoogveenvlaktes in Drenthe, gigantische heidevelden op de Veluwe, onafzienbare woestenijen in de Peel. Veel vroegere arbeiders waren weggezonken in totale armoede. Er waren op het platteland veel rondtrekkende paupers die overvallen en plunderpartijen pleegden.

In hun hart leefden de meeste Nederlanders nog in de Republiek der Zeven Provinciën van voor 1795, met zelfstandige steden, provincies die hun eigen buitenlandse politiek bedreven. Men was burger van een stad, lid van een dorpsgemeenschap, maar geen Nederlander. Zelfs de klokken tijd verschilde nog van gewest tot gewest. De Nederlandse bevolking bestond voor 3% uit de top adel, grote burgerij zoals regenten, hoge ambtenaren, academici, dan de kleine burgerij zoals winkeliers, zelfstandige ambachtslieden, onderwijzers ongeveer 25%, vervolgens de zelfstandige boeren 25% en de werklieden met een vaste baan, ongeveer 20%. Helemaal onderaan de losse arbeiders, proletariaat en paupers ongeveer 1/3 van de bevolking.

De officiele gebruikte taal in Nederland was frans.

De reis van Hillebrand Andreas moet niet makkelijk geweest zijn. Hij had al reeds eerder deze reis gemaakt maar dan van Amsterdam naar Heerenveen in 1803 samen met zijn vader.

De wegen waren vaak enkel modder. Een reis van Groningen naar Den Haag duurde vaak 5 dagen. De reis van Heerenveen naar Amsterdam zal 2-3 dagen geduurd hebben, zeker 1 dag varen over de Zuiderzee, dat gebeurde met een vissersschuit. In het boek zijn ze kort over de reis over de Zuiderzee, het was een woeste zee.

S ’avonds gingen de poorten van de steden dicht en daardoor werd het platteland buiten gesloten in een totale duisternis. Nederland leefde nog in de tijd van de diligence en de trekschuit. Men stond zomers vaak vroeg op, om een uur of vijf, want het daglicht moest worden uitgebuit. Het vervoer was traag, veel wachten bij sluizen en bruggen, veel hobbelen in karren en diligences. Er werd heel veel gelopen en daarvoor was een goede infrastructuur van logementen en herbergen. Een trekschuit had een snelheid van 7-8 km per uur. Behalve de vliegende schuit van Amsterdam naar Utrecht die voort getrokken werd door galopperende paarden, maar die moesten ook regelmatig ververst worden, dus de uiteindelijke snelheid was ook weer niet zo hoog. In het algemeen waren de trekschuiten betrouwbaar, ze waren frequent en op tijd, verbindingen sloten goed aan en ze waren niet duur.

Het rijden in een diligence was geen pretje, het was voortdurend hotsen en dansen door kuilen en karresporen. Maar de diligences waren wel duur, voor de gewone man veel te duur. Bijvoorbeeld de zes uur durende reis van Groningen naar Leeuwarden kostte 3,60 gulden, een enkeltje van Groningen naar Amsterdam kostte 8,50 gulden. Ter vergelijking het dagloon van een arbeider lag tussen 0,50 en 1 gulden.

In het boek beschrijven ze Heerenveen als een grote fraaie en mooi aangelegde plaats waar een breed kanaal (de Lindegracht) door heen kronkelt. De straten zijn breed en vol met mensen, de huizen keurig en goed gebouwd. In het Herenlogement, vlakbij de Lindegracht dronken zij koffie en ze wandelde daarna door het dorp waar de welvaart hen overal tegemoet lacht.

Hillebrand Andreas is later weer teug gereisd naar Heerenveen. Hij heeft in Amsterdam de Latijnse School doorlopen, want hij is in 1803 in Groningen gaan studeren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *