Rotterdam in 1855

Home  >>  Hillebrand Andreas Lieuwens (1841-1928)  >>  Rotterdam in 1855

Rotterdam in 1855

Hoe was de situatie in Rotterdam in 1855.

Rotterdam telde omstreeks 1855 ongeveer 90.000 inwoners, de overgrote meerderheid woonde in een uitpuilende stad binnen de stadsvesten Coolsingel en Goudsesingel. Er waren daar grote misstanden in de buurt waar nu het Achterklooster, Kipstraat en Botersloot zijn. Hier woonden opeengepakt meer dan 17.000 mensen in een soort holen van huizen.  Het was hier heel ongezond. Het stonk in deze overbevolkte binnenstad. De stad had geen adequaat afvoersysteem, er was geen rioleringssysteem. De bewoners gebruikten de grachten voor lozing van fecale stoffen en veel slachthuizen storten zelfs hun afval hierin. Dit veroorzaakte veel schadelijke dampen. De gassen bleven in de smalle straten / stegen hangen en drongen ook de donkere van zonlicht verstoken woningen binnen. De meeste inwoners beschikten ook niet over een eigen drinkwatervoorziening want in de binnenstad was maar 1 waterpomp en men was voor drinkwater aangewezen op het sterk vervuilde stinkende water in de grachten.  De mensen werden daar ziek van. Om de hoge sterfte te verminderen wilde het stadsbestuur een grotere luchtcirculatie in de binnenstad creëren en daarom werden bomen verboden.

Cholera en pokken waren  gevreesde ziekten, vooral cholera vanwege de gruwelijke en kortstondige doodsstrijd. In 1853-1854 heerste er in Rotterdam een cholera epidemie, die ongeveer 1.400 slachtoffers voornamelijk in de binnenstad eiste (bijna 10% van de bevolking), maar wie de cholera had overleefd, liep alsnog de kans om door de mazelen geveld te worden, die ziekte nam in 1855 epidemische vormen aan. Na 1855 is een plan ontwikkeld voor de verbetering van de waterhuishouding van de stad en ook tot verbetering van de hygiënische, zedelijke en maatschappelijke toestand in de oude binnenstad, maar het heeft nog lang geduurd voor dat dit gerealiseerd was.

Maar er was ook vooruitgang. In 1847 was de spoorlijn Rotterdam Amsterdam eindelijk klaar en het eindstation was vlakbij de Delftse poort.  In 1855 werd Rotterdam aangesloten op de spoorlijn vanuit Utrecht, treinen van de Rhijnspoorweg maatschappij reden het provisorische station in het Oosten van de stad binnen. In 1876 werd op deze plaats het Maasstation gerealiseerd, dat omstreeks 1950 afgebroken is.

Maar om van het Zuiden bijvoorbeeld uit Antwerpen naar Amsterdam te komen was in 1855 nog een hele toer, men kon met de trein tot de Moerdijk aan het Hollands Diep reizen, dan met een veerdienst via Dordrecht naar Rotterdam en een paarden omnibus vervoerde de passagiers van de aanlegsteiger van de veerdienst naar station Delftse Poort en dan weer met de trein naar Amsterdam.

De familie de Richemont- Lieuwens ging wonen aan de Leuvehaven,  de bewoners van deze buurt aan de Maas zijde konden gebruik maken van het Maas water dat door vloeiputten en buizen hun huizen binnen kwam. Dit deel van Rotterdam werd danook de Waterstad genoemd. Hier was het niet zo ongezond als in de binnenstad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *